LC-lezers over honderd jaar ‘De profeet’: ‘Het is zo belangrijk om bij jezelf te komen’

[ad_1]

Kahlil Gibran’s ‘The Prophet’ bestaat al honderd jaar. Dit handboek voor levensvragen biedt veel mensen steun, vreugde en stof tot nadenken. Waarom pakken LC-lezers het van de boekenplank? En wat zijn hun favoriete hoofdstukken? Vandaag in deel 1: kinderen.

Voor Judit

“Ik kocht het boek in 1996. Dit vers over kinderen heeft mij tot op de dag van vandaag altijd bemoedigd en gesterkt. Het is zo dichtbij mij.

Judith was ons enige kind. Toen ze een puber was, brak ze ermee. Ze zou echt in de puberteit kunnen komen! Maar dat is ook nodig, een kind moet de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen tot een zelfstandig denkend mens. Daar hebben we vaak over gesproken, we hadden altijd een goed gesprek.

Ze maakte haar eigen keuzes en ging vol leven de toekomst in. Het was een dynamische tijd voor haar en voor ons als ouders. Soms lastig, maar altijd met vertrouwen en liefde voor elkaar. De basis was gewoon goed.

Destijds woonde ik samen met mijn man een concert bij van zangeres Astrid Seriese. En plotseling was daar dat liedje AanKinderen, gebaseerd op dit vers van Kahlil Gibran. Ik was erg ontroerd en dacht: ‘Dit wordt voor mij, voor ons, precies op het juiste moment gezongen.’ Wij deelden dit nogmaals met Judith.

De tekst van het vers heeft altijd weerklank gevonden bij ons drieën. We gaven haar de tekst toen ze het huis verliet om godsdienstwetenschappen te studeren. Ze begon op kamers te wonen. We hebben haar liefde en vertrouwen gegeven om haar levenspad te volgen.

Judith is in 2021 overleden. Bij haar afscheid sprak ik het versje uit. Ik kan me voorstellen dat de woorden ‘je kinderen zijn je kinderen niet’ vreemd kunnen klinken tijdens zo’n afscheid. Maar zelfs dan zijn ze waar. Er zit zoveel wijsheid in.

Wij hebben Judith beloofd dat wij haar kinderen met dezelfde liefde en vertrouwen zullen omringen, om hun eigen levenspad te volgen, met hun eigen gedachten. Ook al hebben we Judith moeten laten gaan, ze zal altijd bij ons blijven. Ze leeft voort in haar kinderen, die gedachte helpt. Hun toekomst is met en zonder haar. Haar kinderen lachen net zo hartelijk als zij, wat geweldig is om te horen.”

Lineke Hansma-Imthorn, Burgum.

Altijd actueel

“Toen mijn zoon bijna 38 jaar geleden werd geboren, kwam ik dit gedicht over kinderen tegen. Het maakte indruk op mij – het hing ook jarenlang op het prikbord in het toilet. Ik ken het nog steeds uit mijn hoofd.

Uw kinderen zijn niet uw eigendom, maar autonome mensen. Het is onze plicht om ze groot te brengen en ze moeten zich veilig en geliefd voelen. Tegelijkertijd moeten ze opgroeien tot onafhankelijke mensen, maar ze zijn niet jouw eigendom. Ik blijf het een mooi gedicht vinden en het zal altijd relevant blijven. Bedankt voor het telefoontje; Ik zal het gedicht doorgeven aan mijn kinderen, die nu zelf kinderen hebben.”

Wimke van der Veen, Wolvega.

In het familieboek

“Ons verhaal begint in 1982 met de geboorte van onze jongste dochter Frea. Ze was een huilbaby, zoals ze dat noemden. Dat was niet altijd makkelijk in een gezin met drie kinderen. Op Moederdag kreeg ik de collectie van Kahlil Gibran cadeau met de inspirerende en troostende tekst over het kind. Met deze uitspraak hebben wij altijd rekening gehouden bij de opvoeding en begeleiding van onze vier kinderen.

Ter gelegenheid van ons 45-jarig huwelijksfeest in 2007 is een familieboek gemaakt. Hierin wordt de geschiedenis vastgelegd met de verhalen over ons, onze voorouders, broers en zussen, kinderen en kleinkinderen. Het boek besluit met de tekst over de kinderen van Kahlil Gibran.

Gerrit en Tineke Terpstra, Heeg.

Hulplijn

“Ik ben 84 jaar en heb deze gedichtenbundel in de jaren zeventig ontvangen. Mijn man en ik werkten allebei bij de 24/7 meldlijn. Mensen met allerlei problemen belden ons. Dat was soms lastig, maar er was altijd begeleiding en in groepsbijeenkomsten deelden we wat we meemaakten.

Zo ben ik De profeet ook ontdekt. Het is heel nuttig dat je op een andere manier naar dingen kunt kijken. Ik heb geleerd dat het heel belangrijk is om je gevoelens te uiten. Met openheid en delen kom je verder. Het is zo belangrijk om bij jezelf in te checken.

Persoonlijk vond ik het nuttig toen mijn kinderen op weg waren naar onafhankelijkheid, ook al groeiden de jongeren in die tijd met veel meer veiligheid en geborgenheid op. Het is nu zo’n onzekere, digitale wereld met veel onrust. Totaal anders dan toen, maar ik vind deze tekst tijdloos. Het is waarheidsgetrouw en dat zal mensen nog steeds aanspreken.”

Pytsje S., Leeuwarden.

Hoe die pijl gaat

“In het hoofdstuk over kinderen: dat jij de boog bent waarmee de pijl wordt afgeschoten. Als schutter richtte je, rekening houdend met afstand en wind. Maar als je de pijl eenmaal hebt losgelaten, moet je hem ook echt loslaten en erop vertrouwen dat wat je hebt gedaan voldoende is. Hoe die pijl verder gaat, is niet langer aan jou.

De profeet reist al vijftig jaar met mij mee. Dit is de tekst die mij als ouder in eerste instantie aansprak. Later besefte ik dat de woorden ook op mij als kind van toepassing waren. Mijn vader stierf jong. Mijn moeder heeft mij ook moeten laten gaan, al bleven we heel dicht bij elkaar.

Mijn leven, mijn werk, mijn vrijwilligerswerk na mijn pensionering: het zijn allemaal dingen die ik met liefde doe of heb gedaan. En ook hier: veel snaren aan de boog, zoeken, richten en loslaten. En soms lopen dingen niet zoals gewenst of gepland. Maar zodra ik de pijl heb losgelaten, moet ik met vertrouwen toekijken hoe hij zijn weg vindt. Het is niet meer aan mij.”

Koos Jorritsma, Leeuwarden.

Mijn wijze moeder

“De dag nadat onze moeder stierf, keek een van mijn zussen naar oude familiefoto’s. Ze zei: ‘Wauw, mama had echt veel gezichten.’ Wat jammer dat we zo weinig van die gezichten zagen. In het begin en tot de laatste dag was ze een moeder voor ons.

Ze was een moeder met totale toewijding en negeerde alle andere rollen die een vrouw kan spelen. Het is geen toeval dat ik het woord ‘uitwissing’ gebruik. Zij regelde de financiën. Ik geloof dat mijn vader haar zelfs om geld moest vragen als hij bijvoorbeeld een nieuwe fietsband moest kopen. Geld interesseerde hem niet. Dat heeft mijn moeder berekend.

Ze fietste door stad en land om boodschappen te doen om de financiën van het huishouden en ons gezond te houden. Ondanks ontberingen, zonder wasmachine of auto, ging hij met acht kinderen onder een dunne doek naar een camping, slapend op een slaapbank die midden in de nacht op de grond viel. Ze stuurde ons goed gevoed naar goede scholen, ging naar ouderavonden na een dag wassen, strijken, koken en kwam pas de laatste jaren tot het besef dat ze na haar eerste kind steeds minder van die andere gezichten had laten zien.

Het is dan ook bitter dat ze dat glorieuze besef niet meer in de praktijk heeft kunnen brengen. Amper twee maanden na de dood van mijn vader stonden we rond de kist van mijn moeder. Wij hadden haar liever nog wat langer bij ons gehouden, vooral omdat we vermoedden dat ze van plan was ons nog een paar van die andere gezichten te laten zien.

Ik ging ervan uit dat mijn moeder die rol met zoveel toewijding vervulde, uit plichtsbesef en wellicht ook vanwege katholieke geloofsprincipes. Een paar dagen na de begrafenis ontdekte ik dat dit niet het geval was. Het was zo’n dag waarop je half verdwaasd door het ouderlijk huis dwaalt waar je ziel is uitgerukt. Je weet niet waar je moet beginnen met het opruimen van een verleden dat nog maar net voorbij is.

Onderaan een oude kast zag ik een eenvoudige kartonnen doos. Ik vond een kleine envelop tussen brieven en kaarten van ooms en tantes. Reeds wat vergeeld, enkele roestplekjes op de rand. Tot mijn verbazing glipte er een vergeeld krantenknipsel uit. Het bevatte een fragment van een gedicht en het begon met de adembenemende zin: ‘Je kinderen zijn niet je kinderen’.

Mijn moeder had dit dus gelezen en bewaard! Ik las verder en wist waar het vandaan kwam. Tot groot verdriet van mijn ouders was ik gestopt met lesgeven en kwam ik in de onzekere wereld van de boekhandel terecht. Welke boekhandelaar kent niet de ene of de andere editie De profeet van Kahlil Gibran?

De tranen rolden over mijn wangen en nu ruim 22 jaar later opnieuw. Het is het adembenemende besef dat alles wat mijn moeder voor ons deed, niet gebeurde vanuit de gebruiken van die tijd, vanuit een religieus geloof of gedreven door een moederinstinct. Ze deed het in het volle bewustzijn van de zeer wijze woorden van een wereldberoemde dichter.

Zij, die nauwelijks tijd had om een ​​boek te lezen en vaak niet verder kwam dan de krant, had dit fragment van alles uitgeknipt, bewaard en gekoesterd. Het was alsof ze even in al haar glorie was teruggekeerd en met terugwerkende kracht voelde ik een nog grotere liefde voor wie ze voor mij was en nog steeds is: moeder, met niet de woorden maar de wijsheid van een profeet, niet geschreven maar leefde er naar.

Jan Sibbel, Langweer.

Met vallen en opstaan

“Door mijn werk als bibliothecaris kwam ik in aanraking met De profeet. We trouwden jong en kregen al snel twee kinderen, in 1970 en 1973. De opvoeding vond plaats tussen de bedrijven, dus we namen het niet al te serieus. In 1981 werd ik zwanger van mijn derde. Inmiddels had ik door dat niet alles altijd gaat zoals je zou willen….

Opnieuw verdiepte ik mij in de wijsheid van De profeet en we besloten het vers over kinderen te laten voorlezen tijdens de doopdienst van de jongste. Als ik het nu lees, ontroert het mij nog meer dan toen. Onze kinderen leven hun eigen leven met hun kinderen. En hun pad is ook niet altijd effen.

Wij hebben ze kunnen laten gaan, net zoals zij ook hun opgroeiende kinderen gaan loslaten. Met vallen en opstaan, maar niet in het eigen keurslijf gedwongen. We zijn blij en dankbaar voor de liefde en het respect voor elkaar, deels geleerd door de woorden van Kahlil Gibran.”

Rena Wagenaar-Duursma, Tytsjerk.

Laat je buigen

“Als integratief kind- en jeugdtherapeut spreek ik ook de ouders. Dit gebeurt meestal in een omgeving waarin hun kind – hun tiener – het hen niet gemakkelijk maakt. Elk gedrag heeft een reden en het is een hele kunst om die diepere reden bloot te leggen. Als dit lukt, komen de behoeften van het kind in beeld en verandert het perspectief en de aanpak voor de ouders. Dat is goud waard! Het is een eeuw oud, maar van generatie op generatie komt dit gedicht zo dichtbij. Kennelijk worstelden de ouders van toen met dezelfde problematiek als de ouders van nu. Voor ons als (groot)ouders is het de kunst om ons ‘door de hand van de Boogschutter te laten buigen’.”

Elly Plat, Stiens.

Kinderen

Je kinderen zijn niet jouw kinderen.

Zij zijn de zonen en dochters van het verlangen van het leven naar zichzelf.

Ze zijn van jou, maar ze zijn niet jouw creatie.

En ook al zijn ze bij je, ze zijn niet van jou.

Je kunt ze je liefde geven, maar niet je gedachten.

Omdat ze hun eigen gedachten hebben.

Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun ziel.

Want hun ziel woont in het huis van morgen, dat jij niet kunt bezoeken,

zelfs niet in je dromen.

Je kunt ernaar streven om net als zij te zijn, maar maak ze nooit gelijk aan jou.

Omdat het leven niet achteruit gaat, laat staan ​​blijft hangen bij gisteren.

Jullie zijn de bogen waarmee je kinderen als levende pijlen worden afgeschoten.

De boogschutter ziet het doel op het pad van het oneindige, en hij buigt je met alle macht,

dat zijn pijlen snel en ver mogen gaan.

Laat dit buigen en spannen van jou, door de hand van de boogschutter, je verheugen:

Want zoals hij houdt van de pijl die vliegt,

Hij houdt dus ook van de boog die sterk en standvastig is.

[ad_2]

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *